Wereldkeuken

De Georgische keuken verdient veel meer aandacht

· 7 min leestijd

Ergens tussen de Zwarte Zee, de Kaukasus en eeuwenoude handelsroutes ligt een keuken die langzaam maar zeker haar plek opeist in de internationale foodscene. Georgisch eten was lang het exclusieve genoegen van reizigers en Oost-Europa-kenners, maar de wereld haalt in. In Amsterdam openden de afgelopen jaren meerdere Georgische restaurants hun deuren, TasteAtlas plaatste de keuken in de wereldtop 30, en iedereen die er eenmaal mee kennismaakte zegt hetzelfde: waarom duurde dit zo lang?

De Georgische keuken is moeilijk in een hokje te stoppen. Ze heeft invloeden uit Perzië, Turkije en de Mediterrane wereld, maar klinkt als geen van die keukens. Walnoten, granaatappel, blauwe fenegriek en verse koriander vormen de basis. Daarboven: een traditie van gedeeld eten, langzaam koken en ongegeneerde gastvrijheid. Als je eenmaal de weg naar khachapuri en khinkali gevonden hebt, kom je er niet meer onderuit.

Khachapuri is meer dan brood met kaas

Zeg je Georgische keuken, dan zeg je khachapuri. Het is het nationale gerecht, en het bestaat in zeker acht regionale varianten. De bekendste is de Adjarische: een bootje van brooddeeg, gevuld met gesmolten sulguni-kaas, bovenop een rauwe eidooier en een klontje boter. Je roert het eidooier erdoor vlak voor het eten en scheurt stukjes broodrand af om mee te dippen.

De Imeretische variant is ronder en gesloten - een platte schijf met kaas binnenin, te vergelijken met een kruising tussen pizza en Turks gozleme. De Megrelische gaat nog een stap verder met extra kaas óp het brood. Geen twee regio's bakken khachapuri hetzelfde, en Georgiërs zijn er trots op. Je bestelt er minstens één per persoon, maar dat weet je vanzelf na de eerste hap.

Khinkali: de dumplings die je slurpt

Khinkali zijn Georgische dumplings, maar ze werken anders dan je misschien gewend bent. Ze worden met de hand geplooid - een goed exemplaar heeft precies 36 plooitjes, al zegt niemand hardop dat hij telt - en zijn gevuld met een mix van varkensvlees en rund, met uien, koriander en peper. Tijdens het koken verzamelt zich in de dumpling een bouillon die je als eerste opslurpt voordat je de rest opeet.

Eet je de steelbloem bovenop op, dan ben je toerist. Die is voor de Georgiër om de dumpling vast te houden. Moderne vullingen zijn er ook: champignons, verse kaas, aardappel. Maar de klassieke vleesvulling met bouillon is het ijkpunt. Net als bij de Haïtiaanse pikliz geldt ook hier: zodra je de smaak te pakken hebt, wil je weten waar het vandaan komt.

De supra: samen eten als cultuur

Wie in Georgië aan tafel schuift voor een supra, stapt een eeuwenoude eettraditie binnen. Het woord betekent letterlijk "tafelkleed", maar beschrijft eigenlijk een feestmaal: tafels vol koude gerechten, warme hapjes, gestoofd vlees, brood, groenten en dips, allemaal tegelijk op tafel. De tamada, de toastmeester, leidt de maaltijd en er wordt meerdere keren geproost op vriendschap, de gasten, het leven.

Dit is geen ceremonie die je als buitenstaander van buiten hoeft te leren. Georgiërs nemen je erin mee. De supra is een uiting van gastvrijheid: een bezoeker eet nooit te weinig, en niemand staat op voordat de laatste fles leeg is. Voor wie wil begrijpen wat de Georgische keuken drijft, is de supra het antwoord.

Walnoten, granaatappel en blauwe fenegriek

Als je de Georgische keuken wilt begrijpen, begin dan bij de smaakmakers. Walnoten zitten overal in: als pasta in pkhali (gevulde groentehapjes), als saus bij kip in het gerecht satsivi, als vulling in traditioneel snoepgoed. Granaatappelpitten geven zuurheid en kleur aan vleesgerechten. Blauwe fenegriek, een kruid dat nergens anders zo prominent aanwezig is, geeft een warme diepte zonder de scherpte van chilipeper.

Dan zijn er nog adjika (een pittige kruidenpasta uit de westelijke regio Adjara), tkemali (een zure pruimensaus die je op bijna alles druppelt) en een waslijst aan droge specerijen die per regio sterk verschillen. De keuken is complex maar niet ingewikkeld: elk gerecht heeft een duidelijk smaakprofiel dat direct herkenbaar is. Vergelijk het met de manier waarop de Koreaanse keuken zijn eigen identiteit heeft gebouwd op een paar kernsmaken die je overal terugvindt.

Amberwijnen en 8000 jaar wijngeschiedenis

Georgië is niet zomaar een wijnland. Archeologen vonden er de oudste bewijzen van wijnproductie ter wereld: 8000 jaar geleden werden al druiven geperst in deze bergen. De traditionele methode werkt met qvevri - grote eiervormige kleipotten die in de grond worden ingegraven, gevuld met druivensap inclusief schillen, pitten en steeltjes, en maandenlang afgedekt gelaten. Het resultaat is amberkleurige wijn met een ongewone tanninestructuur en een smaak die je nergens anders vindt.

De UNESCO erkende de qvevri-methode in 2013 als immaterieel werelderfgoed. In Nederland zijn Georgische amberwijnen inmiddels verkrijgbaar bij gespecialiseerde wijnimporteurs. Ze passen goed bij rijkere smaken, kaas, gegrild vlees en alles wat een supra biedt. De Georgische keuken is een van de weinige ter wereld waarbij eten en wijn zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Waar je in Nederland Georgisch eten kunt proeven

Je hoeft geen vliegticket te boeken om te beginnen. In Amsterdam zijn meerdere Georgische restaurants actief, waaronder Batoni Khinkali in het Museumkwartier en Amra Restaurant in de Jordaan. Beide serveren authentieke gerechten en hebben Georgische amberwijnen op de kaart.

Buiten Amsterdam groeit het aanbod langzaam maar zeker. En wie zelf aan de slag wil: khachapuri-deeg is te maken met gewone bloem, sulguni is te vervangen door een mix van feta en mozzarella, en de Adjarische versie met ei en boter is makkelijker dan hij eruitziet. Khinkali vragen meer oefening, want de plooitechniek is een ambacht. Maar ook thuis te maken. Begin met khachapuri. Je maakt het dan vanzelf een tweede keer, en die keer voor anderen.

B
Geschreven door Bram Willems Culinair redacteur

Bram is het type dat spontaan een restaurant binnenloopt op basis van hoe het ruikt van buiten, en dan twee uur later nog steeds aan tafel zit omdat het gesprek met de chef zo interessant was. Hij schrijft over gastronomie met het enthousiasme van iemand die oprecht blij wordt van een goede bouillon. Van koffiebranders in Rotterdam tot wijnhuizen in de Elzas, hij proeft alles en beschrijft het met een warmte die je doet verlangen naar een tafel voor twee.