Wereldkeuken

Zo werd de Peruaanse keuken een wereldfenomeen

· 7 min leestijd

De stad die vroeger vooral bekend stond als aanvlieghaven naar Machu Picchu, heeft de afgelopen tien jaar de culinaire wereld op zijn kop gezet. Lima is inmiddels de plek waar internationale chefs naartoe reizen voor inspiratie, waar vier restaurants tegelijk in de mondiale top vijftig staan, en waar eten zijn eigen identiteitsbeweging is geworden. Dat is geen toeval.

Hoe een land zijn eigen keuken herontdekte

Het begon in de jaren negentig, toen chef Gastón Acurio besloot terug te gaan naar de Peruaanse roots in plaats van de Franse fijne keuken na te streven. Hij opende Astrid y Gastón in Lima, kookte met quinoa, ají-pepers en limo-limoen, en liet zien dat de Peruaanse keuken de eigen studie waard was. Zijn succes inspireerde een hele generatie chefs die daarna hetzelfde deed.

Het resultaat is meetbaar. Bij de World's 50 Best Restaurants van 2024 staan vier Peruaanse restaurants in de top vijftig, waarvan Central van Virgilio Martínez en Pía León op de eerste plek eindigde. Central serveert geen menu gestructureerd per land of seizoen, maar per hoogte: van vijf meter diep in de Stille Oceaan tot vierduizend meter boven zeeniveau in de Andes. Elk niveau is een eigen ecosysteem, met ingrediënten die daar thuishoren.

De Georgische keuken verdient meer aandacht dan hij krijgt, schreven we eerder - maar de Peruaanse heeft die aandacht de afgelopen jaren alsnog gekregen. Terecht.

Het fusie-DNA van de Peruaanse keuken

Geen andere keuken ter wereld heeft zoveel culturele invloeden op zo'n logische manier samengesmolten. De basis is inheems: aardappelen (Peru heeft er meer dan drieduizend soorten van), quinoa, maïs, bonen en tientallen soorten chili. Maar daarboven lagen vijf eeuwen immigratiegolven.

De Spanjaarden brachten vlees, melkproducten en de gewoonte om met ui te bakken. Afrikaanse slaven voegden orgaanvlees en stoofrituelen toe: ají de gallina, een romig kiprechtgerecht met gele peper, heeft Afrikaanse wortels. Japanse immigranten die aan het einde van de negentiende eeuw kwamen werken, brachten hun omgang met rauwe vis mee. Dat leidde tot de nikkei-keuken: een fusie van Japans en Peruaans, waarvan tiradito de bekendste uiting is. En Chinese werkmigranten van dezelfde periode zijn verantwoordelijk voor de chifa-keuken, met roerbaktechnieken en Peruaanse smaken door elkaar.

Dit is geen exotische kruisbestuiving die je in een hippe foodhall tegenkomt. Het zit in het DNA van de keuken zelf.

De gerechten die je moet kennen

Ceviche kent iedereen inmiddels, maar de Peruaanse versie is specifiek. Rauwe vis, gemarineerd in limoensap, rocoto-peper, rode ui en koriander. De marinade heet leche de tigre (letterlijk tijgermelk) en is zo pittig en zuur dat je er wakker van wordt. Koud serveren, meteen eten. Niet de milde vislade-versie die op ibizastranden wordt neergezet, maar de echte.

Lomo saltado is de andere grote klassieker. Dunne reepjes rundvlees worden op hoog vuur gebakken met tomaat, ui en sojasaus, en geserveerd met friet én rijst tegelijk. De sojasaus verraadt de chifa-invloed: Chinees en Peruaans op één bord, en het werkt verrassend goed.

Ají de gallina is het warme tegenpunt van ceviche: kip in een saus van gele ají-peper, walnoten en oud brood. Troostend, iets nuttigs, subtiel pittig. En cau cau, een stoofschotel van pens met aardappelen en gele peper, is het gerecht dat internationale chefs herontdekken als bewijs dat orgaanvlees serieuze aandacht verdient.

Nikkei en chifa: de twee fusion-takken

De nikkei-keuken van restaurant Maido in Lima, in 2024 op plek zes van de wereld, combineert Japanse nauwkeurigheid met Amazone-ingrediënten. Chef Mitsuharu Tsumura gebruikt miso van lokale groenten, bereidt ceviche in Japanse stijl en combineert Andean-producten met dashi. Het is geen gimmick: beide keukens hechten waarde aan de kwaliteit van rauwe vis, aan umami en aan een precieze bereiding.

De chifa-keuken is minder bekend buiten Peru, maar in Lima staan chifa-restaurants op elke straathoek. Lomo saltado is er een product van. Arroz chaufa, gebakken rijst met Peruaanse chili en sojasaus, is een ander voorbeeld. Geen Chinees en ook geen Peruaans meer, maar iets eigen dat nergens anders bestaat.

Waar je in Nederland terechtkunt

Voor wie niet meteen naar Lima vliegt: in Nederland zijn meerdere Peruaanse restaurants actief, waaronder Callao Cevicheria in Den Haag en Casa Peru in Amsterdam. Het zijn geen restaurants die de Peruaanse keuken nadoen voor toeristen. De ingrediënten komen grotendeels uit dezelfde leveranciers die de Londense en Madrileense Peruaanse restaurants bevoorraden.

Het internationale succes van de Peruaanse keuken heeft ook de aanvoer verbeterd: ají amarillo-pasta, maíz morado en leche de tigre-bases zijn tegenwoordig te vinden bij gespecialiseerde toko's en online delicatessenwinkels. Je hoeft er niet meer speciaal voor te reizen.

Meer weten over Zuid-Amerikaanse smaken? Lees ook ons overzicht van de Latijns-Amerikaanse keuken voor een breder beeld van wat dit continent culinair te bieden heeft.

Dit is wat je morgen kunt koken

Lima staat al enige tijd op de kaart, maar voor veel Nederlanders was de Peruaanse keuken tot voor kort nog abstract: iets van verre, de keuken van een ver continent. Dat verandert nu ook hier merkbaar.

Het makkelijkste instappunt: een pot ají amarillo-pasta (mild tot middel-scherp, te vinden bij Surinaamse toko's), een goed recept voor lomo saltado en een avond zin om iets nieuws te proberen. De Peruaanse keuken laat je niet los na het eerste bord. En als je begrijpt hoe drieduizend soorten aardappelen, vijf eeuwen immigratie en één generatie ambitieuze chefs samenkomt in één gerecht, snap je ook waarom Central op de eerste plek van de wereld staat.

B
Geschreven door Bram Willems Culinair redacteur

Bram is het type dat spontaan een restaurant binnenloopt op basis van hoe het ruikt van buiten, en dan twee uur later nog steeds aan tafel zit omdat het gesprek met de chef zo interessant was. Hij schrijft over gastronomie met het enthousiasme van iemand die oprecht blij wordt van een goede bouillon. Van koffiebranders in Rotterdam tot wijnhuizen in de Elzas, hij proeft alles en beschrijft het met een warmte die je doet verlangen naar een tafel voor twee.